Intuïtief aanvoelen is hét talent van de theaterdocent
Position paper
‘Het zou mooi zijn dat er in het reguliere onderwijs naast het doelgerichte onderwijs meer tijd en ruimte zou zijn voor het kunstonderwijs. Ik denk dat het verschrikkelijk belangrijk is dat de meesters en juffen en de docenten en directeuren heel duidelijk weten wat er verwacht wordt op school. Taal en rekenen, maar ook aardrijkskunde. Al die vakken, dat zijn zeg maar de tegels op de zompige grond om te zorgen dat we van A naar B kunnen gaan. Neem de zompige grond waarvan je af en toe denkt: “Wat zou daar nou uit komen? Wat groeit eruit die modder, wat ik niet weet?”
Dat is wat ik het onderwijs gun, namelijk leerkrachten en vakdocenten die durven de zompige grond te betreden. Dus het pad dat spannend is, waar je kwetsbaar bent en waarvan je niet altijd weet wat daar uitkomt’, vertelt Aaf Dotinga dramadocent die ik interviewde. Hiermee beschrijft dramadocent Aaf Dotinga een onderwijspraktijk, waarin ruimte is voor onzekerheid en experiment. De uitspraak van Aaf staat in schril contrast met wat ik vaak zie op basisscholen, waar doelmatigheid de norm is en de resultaten met toetsen wordt gemeten. Omdat de theaterles niet doelmatig is, ontstaat ruimte waarin leerlingen zichzelf kunnen laten zien. Het zompige pad wordt zelden bewandeld, omdat leerkrachten die ruimte niet nemen. Vrij spel wordt vaak als onrustig gezien, waardoor leerkrachten de controle moeilijk loslaten.
Ik denk dat theaterlessen deze ruimte kunnen innemen met vrij spel. Er is in deze lessen ruimte om te experimenteren en fouten te maken. In dramalessen zien leerlingen dat verbeelding, intuïtie en kwetsbaarheid manieren zijn om te groeien. Het is belangrijk dat het kind gezien wordt door de leraar, omdat gezien worden je bestaansrecht is als kind en als mens. Het gezien worden is een bevestiging dat je als kind er toe doet en wat je doet er ook toe doet.
Als docenten daarbij inzetten op wat zij intuïtief aanvoelen wat een leerling nodig heeft, dan kunnen zij daarnaar handelen. Theaterdocenten zijn daarbij uitstek geschikt voor, omdat zij tijdens hun opleiding voortdurend getraind worden in observeren. Ze leren kijken naar lichaamstaal, houding en groepsdynamiek. Hierdoor hebben zij een grote sensitiviteit voor signalen ontwikkeld die vaak onuitgesproken blijven. Zo zou de theaterdocent intuïtief kunnen aanvoelen wat een leerling nodig heeft. Daarom is mijn stelling: De ervaren theaterdocent voelt intuïtief aan wat een leerling nodig heeft om gezien te worden.
Begrippen
Hieronder licht ik een paar begrippen uit die in mijn paper voorkomen. Zo betekent intuïtief aanvoelen voor mij dat ik in een flits voel wat ik moet doen of niet doen. Het komt overeen met het idee van intuïtie van Claxton (1997) “Je bent van harte bereid het idee los te laten dat je volledig zeggenschap hebt over de richtingen die je gedachten spontaan inslaan. En je bent bereid ideeën serieus te nemen die ‘zomaar in je opkomen’, zonder kant-en-klare rationele redeneringen om die te rechtvaardigen.” Tijdens het lesgeven betekent Intuïtief aanvoelen gevoelig waarnemen van wat een leerling laat zien. De docent let op kleine signalen en probeert hun betekenis te begrijpen.
Intuïtief handelen is een bewuste pedagogische handeling, waarbij de docent direct reageert op wat hij heeft aangevoeld. De docent kiest in het moment een passende actie, terwijl hij rekening houdt met de leerling en de situatie. Claxton (1997) benadrukt dat intuïtief handelen geen impuls is, maar een door ervaring gedragen beslissing.
Pedagogische tact is zorgvuldig handelen zodat een leerling zich gezien en veilig voelt. De docent maakt een bewuste keuze, terwijl hij oog heeft voor de innerlijke wereld van het kind. Van Manen (2014) omschrijft pedagogische tact als het juiste doen op het juiste moment, met aandacht voor de betekenis die dit voor het kind heeft.
De ‘ervaren’ theaterdocent kan vertrouwen op zijn intuïtieve ingevingen. Volgens Gigerenzer (2022) ervaren professionals vaak kunnen vertrouwen op hun eerste ingeving, omdat deze gebaseerd is op impliciete kennis. Intuïtie een vorm van onbewuste intelligentie die ontstaat door jarenlange ervaring en expertise.
Gezien worden betekent dat de leerling voelt dat de docent oog heeft voor zijn talenten en gevoelens. Van Manen (2025) beschrijft hoe gekend worden betekent dat je jezelf gekend weet en dat iemand jouw bestaan bevestigt. Dat sluit aan bij hoe ik de leerling zie in het moment, met aandacht voor wat hij laat merken.
Wat ik bedoel met vrij spel is dat het een pedagogische ruimte creëert, waarin kinderen betekenis geven aan wat zij ervaren en laten zien wat zij op dat moment nodig hebben (Brouwers, Van der Meij & Van Veen, 2019).
In dit onderzoek richt ik mij op de theaterdocent, omdat hij leerlingen ziet in vrij spel. In deze lessen uiten kinderen zich vaak anders dan in reguliere lessen en is er ruimte voor sociale ontwikkeling. In vrij spel zijn kinderen meer zichzelf, waardoor de theaterdocent intuïtief kan aanvoelen wat een leerling nodig heeft om gezien te worden. Dit sluit aan bij Nietzsches (1883–1885/2006) idee van het kind als symbool voor spontaniteit en scheppende kracht.
Ik noem mijn lessen theaterlessen, omdat de kinderen in mijn lessen theater maken en verschillende rollen vervullen. Er is bijvoorbeeld ook een licht- en geluidtechnicus, een toneelmeester, een decormaker en een kostuumontwerper nodig. Daarom zullen de termen theaterles en dramales afwisselend worden genoemd in mijn paper, omdat deze termen vaak beide worden gebruikt in het basisonderwijs.
De verlengde schooldag en geïntegreerd dramaonderwijs
Op de basisscholen waar ik theaterlessen geef, zie ik dat leerlingen vaak uitgeput bij mij binnenkomen. De leerlingen hebben de hele dag klassikaal gewerkt en ze kregen vooral leraar gestuurd onderwijs. Uit wetenschappelijk onderzoek (Kennisronde, 2018) blijkt dat de directe instructie in het basisonderwijs goede leeropbrengsten laat zien bij alle leerlingen, maar vooral bij leerlingen met leerachterstanden. Op de scholen waar ik lesgeef zitten veel kinderen met leerachterstanden. Veel kinderen groeien op in een lage sociaal-economische status (SES), waardoor scholen kiezen voor leraar gestuurd leren. Alleen gaat het wel ten koste van het spelenderwijs leren, dit nadeel wordt ook benoemd in het onderzoek van Kennisronde (2018). Spelenderwijs leren laat leerlingen zelf op zoek gaan naar antwoorden. Op deze manier hebben leerlingen hun eigen inbreng in hun leerproces (Kirschner, Sweller, Clark, 2006). ). Daarom zou er ruimte moeten zijn voor geïntegreerde dramalessen waarin leerlingen hun eigen inbreng hebben. Zo ervaren leerlingen dat leren ook zonder toets kan.
Dramaonderwijs is het ondergeschoven kindje op de reguliere basisscholen, waar ik theaterlessen geef. Daar is doelmatigheid de norm. Dit blijkt uit een onderzoek in opdracht van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap dat werd uitgevoerd door Sardes en Oberon– Monitor cultuuronderwijs primair onderwijs uit 2013-2014. In dit onderzoek staat dat in het basisonderwijs weliswaar de kunstvakken zijn geïntegreerd in het onderwijs, maar dat drama en dans minder vaak worden aangeboden dan tekenen, handvaardigheid en muziek. Volgens Hoogeveen, Beekhoven, Kieft, Donker, & Van der Grinten (2014) maken de leerkrachten ook minder vaak gebruik van een lesmethode drama en dans.
Veel leerlingen hebben nog nooit theaterles gehad. Ik merk dat veel leerkrachten drama een vak apart vinden, omdat ze bang zijn voor onrust in de klas. De theaterworkshops die ik geef, worden als verlengde lesdag ingezet op deze basisscholen. Deze lessen stimuleren talentontwikkeling en kansengelijkheid. In de verlengde lesdag merk ik dat ik als theaterdocent veel signalen opvang die de groepsleerkracht niet ziet, simpelweg omdat hij er niet bij is. Daarom zie ik hoe waardevol aanwezigheid van de groepsleerkracht is.
Geïntegreerd dramaonderwijs maakt het mogelijk dat de groepsleerkracht leerlingen op een andere manier ziet, omdat hij hun spel, expressie en non-verbale signalen meemaakt. Zo ontstaat er een rijker beeld van de leerling dan alleen in de reguliere lessen zichtbaar is.
Daarom pleit ik voor geïntegreerd dramaonderwijs in het basisonderwijs in het bijzijn van de leerkracht. De theaterlessen die ik heb verzorgd in het bijzijn van een leerkracht waren voor de leerkracht altijd een openbaring. Zij zien dan vaak talenten van leerlingen die ze nog niet eerder hebben gezien. De leerling die moeite hebben met de lesstof in de klas, ziet de leerkracht bijvoorbeeld leiding geven en leerling die haantje de voorste is in de klas, ziet hij stilletjes aan de zijlijn staan. Niet iedere leerling voelt zich meteen vrij. Het is volgens mij belangrijk dat ook juist het onzekere kind een kans krijgt in de theaterles om zich op authentieke manier te uiten. Een kind dat in de reguliere lessen veel spreekt en bij theater stil wordt, laat daarmee een andere kant van zichzelf zien. Theaterlessen bieden ruimte voor die variatie, maar dat betekent niet dat elke leerling op dezelfde manier gedijt. In de theaterlessen kan een vertraging worden toegevoegd die in het huidige leraar gerichte onderwijs vaak ontbreekt. Vertraging betekent tijd nemen voor verbinding. In de theaterlessen kan een leerling zijn eigenheid tonen of daar nog even mee wachten en de kat uit de boom kijken. De theaterdocent kan dit doen door intuïtief aan te voelen wat een leerling nodig heeft om gezien te worden. In het vrije spel tijdens de theaterlessen kan deze verbinding ontstaan.
Intuïtief aanvoelen
Intuïtieve ingevingen komen voort uit onbewuste denkprocessen. Dijksterhuis onderzocht hoe bewuste en onbewuste processen werken. Uit een onderzoek dat Dijksterhuis (2025) samen met collega’s heeft gedaan, blijkt dat ons onbewuste informatie verwerkt waar we ons niet bewust van zijn. Het onbewuste verwerkt veel informatie en is geschikt voor complexe problemen. Het onbewuste verwerkt informatie die moeilijk onder woorden te brengen is en slaat vooral betekenis op (Abadie, Waroquier & Terrier, 2017). Bij ervaren theaterdocenten is dit onbewuste proces vaak al ontwikkeld, omdat zij jarenlang hebben geoefend in het waarnemen van subtiele signalen.
Wanneer het onbewuste een oplossing heeft gevonden, kan dit als een flits naar het bewuste komen. Het default mode network is actief wanneer we tot rust komen (Raichle, McLaren, Engen & Smallwood, 2001). Ook Kühn (2013) laat zien dat dit gebied werkt wanneer andere hersengebieden minder actief zijn, bijvoorbeeld tijdens wandelen of douchen. In zulke momenten kan onbewuste informatie naar boven komen. Mediteren heeft hetzelfde effect. Mensen die net hadden gemediteerd gaven gemakkelijker antwoorden op vragen waarvan de informatie onbewust was geactiveerd (Strick, Van Noorden, Ritskes, De Ruiter & Dijksterhuis, 2012).
Om intuïtieve ingevingen te activeren bij leraren helpt rust, waardoor zij beter kunnen aanvoelen wat een leerling nodig heeft om gezien te worden. Tijdens het lesgeven is mediteren niet altijd mogelijk, maar ik merk dat wandelen na een drukke dag mijn brein tot rust brengt en intuïtieve ingevingen oproept.
Vertrouwen op je intuïtie
Intuïtief aanvoelen roept de vraag op of een leraar op zijn intuïtie kan vertrouwen. Over intuïtie bestaat discussie. Kahneman (2022) ziet intuïtie als onderdeel van het snelle systeem 1 en liet zien dat mensen bij complexe vraagstukken denkfouten maken. Intuïtieve oordelen zijn niet altijd betrouwbaar. Systeem 2 werkt traag en controleert de ingevingen van systeem 1. Gigerenzer (2022) heeft een andere visie. Hij ziet intuïtie en ratio als aanvullend en benadrukt dat intuïtie nodig is, omdat we niet alles bewust kunnen leren of beslissen. Veel vaardigheden leren we onbewust door oefening. Claxton (1997) zegt dat intuïtie een inspiratiebron is die je steeds moet blijven controleren. Van Manen (2012) benadrukt dat gedrag nooit volledig voorspelbaar is. De leraar stuurt bij waar nodig en blijft bedachtzaam, met aandacht voor het unieke moment. Een les kan anders uitpakken dan verwacht.
In mijn lessen zie ik dat terug. In een les gaf ik mijn grens aan, maar de leerling vatte dit op als boosheid. Ik voelde dat ik haar niet bereikte en er ontstond afstand. De leraar moet alert blijven op wat er werkelijk gebeurt. Hij moet bereid zijn het eerste gevoel te herzien wanneer dat nodig blijkt.
Dynamisch veld
Wat intuïtief aanvoelen is in de theaterles vroeg ik aan Aaf Dotinga, dramadocent. Zij legt uit: ‘Ik denk dat intuïtie bij het lesgeven het contact met het kind, het veld is. Het veld is wat er gebeurt tussen de docent, de leerling en de groep. Dat veld valt te sturen, maar het is zo dat je daarin mee moet gaan. Je hebt te maken met de menselijke energie en dat is iets wat niet zichtbaar is.’
De theorie die Aaf uitlegt, komt uit de gestalttherapie van Lambrechts (2003). Het is de veldtheorie die van een brede kijk op menselijk handelen uitgaat. Daarbij wordt gedrag altijd bekeken in samenhang met de situatie waarin iemand zich op dat moment bevindt. Gedrag ontstaat vanuit verschillende processen en gebeurtenissen die met elkaar verbonden zijn en elkaar beïnvloeden. Het ‘veld’ verwijst naar de dynamische relatie tussen een individu en de omgeving, waarin iemand zich bevindt. Ik gebruik deze theorie alleen als bewustwording in de klas, want ik wil begrijpen wat er in het veld gebeurt.
De docent stelt zich open voor de leerling in het hier-en-nu. Aaf: ‘Dat je je durft open te stellen en dat je kwetsbaar durft te zijn en ook door te voelen. Wat is het dat ik doe in het veld, dus de omgeving van de leerling en de groep. Dat is wat je voelt, het is een buikgevoel en het zit ook in je hart. Het is niet zweverig, want je kunt het ook analyseren. Je kunt nagaan of je gevoel klopt met wat je ziet. Je kunt dat trainen.’
Een theaterdocent traint dit door open te staan en te letten op lichaamshouding en oogopslag. Een ervaren docent voelt intuïtief aan wat nodig is. Het is dan belangrijk dat je als theaterdocent een gerichte opdracht geeft aan een leerling of groep. Op die manier zorg je ervoor dat er iets wordt geactiveerd bij de leerlingen.
Inlevend en invoelend
Als docent maak ik voortdurend keuzes die iets raken bij een leerling. Een leraar weet wat te doen als hij niet weet wat te doen en daarmee spreekt Van Manen (2025) spreekt over pedagogisch tact: “Van Manen (2025) spreekt over pedagogisch tact als gevoeligheid voor het innerlijk leven van het kind.” Pedagogisch tact is volgens Van Manen (2025) het vermogen van de leraar om gevoelig te zijn voor het innerlijke leven van een kind. Het is een manier van kijken die helpt om te begrijpen waar gevoelens zoals frustratie, verdriet of verlegenheid vandaan komen. Wanneer je als theaterdocent een beslissing maakt en je iets tegen een leerling zegt over wat hij kan doen of niet kan doen, dan weet je niet altijd of je juist hebt gehandeld. Van Manen (2025) zegt hierover dat het pedagogisch tact een manier is om “actief in-relatie-staan” met de leerling. Volgens hem gaat dit over het creëren van een gedeelde ruimte waarin je werkelijk in relatie staat met de leerlingen. In zo’n gedeelde sfeer kun je in elkaars leefwereld komen, het unieke van iedere leerling leren kennen en hen met respect benaderen. De leraar draagt een verantwoordelijkheid naar de leerling toe en die kan uitdagend zijn. Om te weten of je als docent goed hebt gehandeld is het belangrijk om elk kind te zien zoals hij is en als docent inlevend en invoelend te zijn.
Van Manen beschrijft ‘zien’ als een aandachtige en open houding waarin de leraar gevoelig is voor wat een leerling in het moment laat zien. Deze manier van kijken is invoelend, omdat je afstemt op kleine signalen en lichaamstaal van de leerling. Inlevend handelen, waarbij je je in de leerling verplaatst, is iets anders. Van Manen benadrukt juist het invoelend aanwezig zijn in het hier en nu. Wanneer ik schrijf over de essentie van het kind, bedoel ik het unieke anders‑zijn waar Van Manen over spreekt. Het kind is anders dan ik en dat vraagt om zorgvuldig waarnemen en afstemmen. Daarbij is het belangrijk dat je als docent oprechte belangstelling hebt voor de leerling. Hiervoor is een zorgvuldige manier van waarnemen, luisteren en aanvoelen nodig. Dit vraagt tijd en aandacht, omdat je steeds opnieuw moet afstemmen op wat een leerling laat zien.
Intuïtief aanvoelen helpt mij om op te merken wat er bij een leerling speelt. Ik let op kleine signalen en probeer te begrijpen wat deze betekenen. Daarna volgt het intuïtieve handelen, waarbij ik een bewuste stap zet die past bij de leerling en de situatie. Pedagogisch tact geeft richting aan die stap, omdat ik afweeg wat dit specifieke kind op dat moment nodig heeft.
Dit proces vraagt veel van mij als docent en ik denk vaak nog na over een leerling. Daarbij houd ik mezelf een spiegel voor en vraag me af wat het kind wil vertellen met bepaald gedrag of ik denk eraan hoe ik de leerling zou kunnen bereiken. Ik denk er bewust over na wat deze leerling nodig heeft, maar ook mijn onbewuste is aan het werk en soms krijg ik een intuïtieve ingeving ‘wat te doen’.
Pedagogisch tact in combinatie met intuïtief aanvoelen kan ervoor zorgen dat een docent een goede afweging maakt, voordat hij een kind benadert. Daarbij is het belangrijk dat de leraar loslaat wat hij wil horen of wil zien, maar kijkt naar wat dit specifieke leerling nodig heeft om te groeien.
Een voorbeeld hiervan is een theaterles die ik gaf op een basisschool. Sommige kinderen hebben thuis veel meegemaakt en ze hebben moeite met vertrouwen. Tijdens een les gingen de kinderen alle kanten op. Ik voelde dat ik het anders moest aanpakken en stelde mij kwetsbaar op en startte een geleide fantasie. Ik speelde een verhaal en de kinderen gingen meespelen. Ik merkte dat ze zich gezien voelden en rustiger werden en dat ze beter begonnen te luisteren. Ze vroegen netjes of ze naar de wc mochten, terwijl ze dat eerder niet deden. Een jongetje zei: ‘ik vind dit zo’n toffe les, want ik kan hier helemaal mezelf zijn.’ Niet ieder kind laat zichzelf op dezelfde manier zien. Sommige kinderen worden juist stil of terughoudend in vrij spel. Ook dat is een vorm van zichzelf zijn, omdat het laat zien wat zij op dat moment nodig hebben. In deze les bleef ik heel rustig, waardoor de kinderen dichter bij zichzelf konden blijven. Doordat ik mezelf kwetsbaar opstelde en dicht bij mezelf bleef, won ik het vertrouwen van de kinderen. Dit proces verloopt in fases. Vertrouwen kost tijd en kan wisselen. Ik voel intuïtief wat nodig is om de relatie weer op te bouwen en het vertrouwen steeds opnieuw terug te winnen.
Tijdens de observatie zag ik hoe de ervaring van dramadocent Aaf Dotinga zichtbaar werd in haar pedagogisch tact en intuïtieve aanvoelen. Intuïtief aanvoelen betekent dat je oppikt wat een leerling in het moment laat zien. Pedagogisch tact is de zorgvuldige manier waarop je daarop reageert. Beide vragen om gevoeligheid: intuïtie gaat over waarnemen, tact over verantwoord handelen.
In mijn observatie bij Aaf Dotinga zie je dit terug. Zij voelt spanning bij een leerling en reageert op een manier die hem ruimte geeft. Aaf herhaalde een handeling van een jongen tijdens een oefening waarin hij moest bedenken wat je nog meer met een aardappelstamper kon doen. Het viel mij op, omdat ze dit bij de andere leerlingen niet deed. In het interview vroeg ik haar hiernaar. Zij zei: ‘Dat gebeurde inderdaad intuïtief. Later merkte ik ook dat hij het allemaal heel lastig vindt en spannend en moeilijk en ook dikke tranen in zijn ogen heeft hangen.’
In dit moment wordt zichtbaar hoe veldtheorie werkt, omdat Aaf haar handelen afstemt op wat er tussen de leerling en de situatie gebeurt. Dit voorbeeld laat zien hoe intuïtief aanvoelen samenwerkt met pedagogisch tact, omdat ze aanvoelt wat de leerling nodig heeft en reageert daar op een zorgvuldige manier op.
Aaf doet de oefening voor.
Gezien voelen
In het onderwijs speelt het gezien voelen van leerlingen een belangrijke rol, omdat dit raakt aan de relatie tussen leraar en leerling.
Dramadocent Aaf Dotinga zegt over gezien worden: ‘Wat het vak als theaterdocent zo uniek en bijzonder maakt, is dat je mag voelen, dat je intuïtief bezig bent. Dat je echt kijkt naar wat de kinderen laten zien. Je ziet de kinderen in de dramalessen zoals ze zijn en dat zij het gevoel hebben dat jij ze hebt gezien.’
Een leerling kan zich in de theaterles gezien voelen, maar dat wil nog niet zeggen dat hij laat zien dat hij zich gezien voelt. Hoe ik leerlingen zie en hoe leerlingen zich gezien voelen, bespreek ik in het volgende voorbeeld.
Op een middag gaf ik theaterles en er was een leerling van 11 jaar, Youri, die zijn dag niet had. Zijn blik stond op oneindig en hij hield zijn hoofd afgewend. Hij had duidelijk geen zin in theater maken en dat zag ik aan zijn lichaamstaal. Ik voelde intuïtief aan dat er iets speelde. Toen de andere leerlingen een scène gingen oefenen, ontpopte hij zich als een toneelmeester. Hij regelde de gang van zaken en bepaalde wanneer zijn klasgenoten het toneel op konden gaan.
Youri bleef positief en deed op zijn manier wel mee aan de les. Ik had kunnen zeggen dat hij net zoals de andere kinderen een scène moest gaan voorbereiden, maar ik voelde dat hij het nodig had om in deze les de toneelmeester te zijn. Zo kon hij zijn zoals hij op dat moment was.
In het voorbeeld van Youri kreeg ik geen bevestiging van hem dat hij zich gezien voelde. Soms komt bevestiging pas jaren later, zoals bij een oud‑studente die enthousiast naar mij zwaaide. Je kunt als docent niet weten of een leerling die jij ‘hebt gezien’ daar iets mee gaat doen.
Volgens Biesta (2012) kun je nooit zeker weten of een leerling zich gezien voelt of geraakt is, maar je kunt wel onderwijs zo vormgeven dat die mogelijkheid werkelijk kan ontstaan. Biesta bedoelt hiermee dat een leraar een leerling kan aanspreken als persoon en niet als een leerling die iets moet leren, maar als een persoon die antwoordt, kiest en verantwoordelijkheid draagt. Zo kan een leerling anders reageren dan dat de leraar had verwacht en daarmee laat zien dat hij zelf bepaalt wat hij doet met bepaalde informatie. Daarnaast heeft Biesta het over een ontmoeting tussen de leraar en de leerling waarvan de uitkomst nooit vaststaat. Dit niet-weten vraagt van mij dat ik opmerkzaam blijf op wat een leerling laat zien. Intuïtief aanvoelen helpt mij om die signalen op te merken en pedagogisch tact helpt mij om daar zorgvuldig op te reageren. Zo kan de ontmoeting werkelijk ontstaan. In de praktijk merk ik dat mijn intuïtieve aanvoelen niet altijd direct aansluit bij wat een leerling nodig heeft. Soms vraagt dat om bijsturen of opnieuw afstemmen. Juist daarom blijft het belangrijk om mijn eigen handelen kritisch te blijven bekijken. Het gevoel van gezien worden is niet af te dwingen. Het kan alleen ontstaan in de open ruimte van de ontmoeting, waarin de leerling zelf bepaalt wat hij doet met het handelen van de leraar.
Verhaal vertellen
Aaf luistert naar de leerling.
Als ik in het moment intuïtief aanvoel wat een leerling nodig heeft en ik hem werkelijk zie, ontstaat er een open sfeer waarin hij zijn eigen verhaal kan gaan vertellen. Hier kun je als theaterdocent op inspelen, zodat leerlingen hun ervaringen en gevoelens kunnen uiten in het toneelspel. In vrij spel kan ik intuïtief aanvoelen wat een leerling laat zien, omdat hij zich op een natuurlijke manier uitdrukt.
Kinderen delen graag hun ervaringen, omdat dit helpt de wereld te begrijpen. In hun verhalen kunnen kinderen culturele waarden, normen en oordelen overbrengen. Zo leren zij wat goed of slecht is. Daarnaast kunnen leerlingen meevoelen met emoties van een ander en ze leren zich in een ander te verplaatsen (Braun & Kramer, 2015).
Een voorbeeld hiervan zag ik bij Aaf Dotinga in de les. Aan het einde van deze les heeft dramadocent Aaf door dat de kinderen uit groep 7 nog eens willen spelen. Een jongen kwam met een idee, waarmee de hele klas kon meespelen. Aaf stemde in met het voorstel en gaf de groep een duidelijke vorm, waardoor alle leerlingen konden deelnemen en hun eigen verhaal konden vertellen. Ze speelden een scène over bewakers. De leerkracht herkende elementen van Romeinse soldaten uit de geschiedenisles. Haar aanwezigheid versterkt mijn intuïtieve aanvoelen, omdat zij de leerlingen goed kent.
In het interview zei Aaf hierover: ‘Aan het einde van de les gingen de leerlingen scènes maken. Vervolgens merk je hoe fijn ze dat vinden en dat ze daar meer van willen doen. In dit geval als je intuïtief lesgeeft, zorg je als docent dat je meegaat in hun behoeften en met hun ideeën. Je ziet dat er dan twee wel ietwat chaotische scènes uitkomen, maar dat je ziet hoeveel plezier er is. Ik denk dat je daar dan uiteindelijk meer mee bereikt dan dat je gewoon alleen je lesjes draait, zoals je dat in je hoofd had. De leerlingen hebben gevoeld: wij mogen ons eigen verhaal op deze manier vertellen.’ De ervaren theaterdocent voelt intuïtief aan wanneer leerlingen hun eigen verhaal willen vertellen en biedt ruimte voor betekenisvolle expressie.
Conclusie
In mijn onderzoek laat ik zien hoe belangrijk het is om een leerling in het moment te zien. Als ervaren docent helpt Intuïtief aanvoelen mij om op te merken wat een kind laat zien, soms heel subtiel. Pedagogisch tact geeft richting aan de manier waarop ik daarop reageer. In het vrije spel zie ik vaak andere kanten van kinderen dan in de reguliere les. Juist daar ontstaat ruimte voor expressie. Wanneer de groepsleerkracht hierbij aanwezig is, ontstaat er een rijker beeld van de leerling. Daarmee bevestigt deze observatie mijn stelling dat geïntegreerd dramaonderwijs een waardevolle bijdrage levert aan het zien van kinderen in hun unieke anders zijn. Het maakt mogelijk dat een kind niet alleen cognitief maar ook expressief en relationeel gezien wordt. Dat vraagt om aandachtig aanwezig zijn en afstemmen op wat een kind op dat moment nodig heeft.
Voor de kunsteducatieve praktijk zou ik graag willen dat drama vaker verweven wordt met het dagelijkse onderwijs, zodat de groepsleerkracht niet alleen hoort wat er gebeurt maar het ook zelf meemaakt. Dat vraagt om samenwerking tussen vakdocenten en groepsleerkrachten en om ruimte voor zorgvuldig waarnemen, luisteren en invoelend handelen. Wanneer we als docenten meer tijd nemen om aanwezig te zijn in het moment ontstaat er een onderwijspraktijk, waarin kinderen zich op een natuurlijke manier kunnen laten zien. Vrij spel speelt daarin een belangrijke rol, omdat het kinderen de vrijheid geeft om te tonen wat er bij hen leeft. In die open ruimte kan een kind zich gezien voelen en kan ik als docent op een zorgvuldige manier reageren op wat het kind laat zien.